Skip to main content
Onze andere websites:

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat we je de beste ervaring en extra functionaliteit op onze website kunnen bieden. Je kunt je cookie-instellingen op elk gewenst moment wijzigen. Zie ons cookiebeleid

Kaneelbroodjes
Kaneelbroodjes, kanelbullar, zijn de belichaming van Zweeds gebak. Deze tarwebloembroodjes gevuld met kaneel, suiker en boter vind je in alle bakkerijen en cafés.
Foto credit: Tina Stafrén/imagebank.sweden.se

De Kanelbulle

Je bezoek aan Zweden is niet compleet zonder een echte Kanelbulle bij je koffie gegeten te hebben. Ieder Zweeds koffietentje is dan ook met gemak te herkennen aan de heerlijke geur van deze verse kaneelbroodjes.

Kanelbullens Dag

De 'kanelbulle' is zelfs zo populair onder de Zweden, dat ze er een speciale feestdag voor ingeluid hebben. Op 4 oktober viert Zweden Kanelbullens dag, de dag van het kaneelbroodje. Maar elke andere dag van het jaar zijn kaneelbroodjes ook niet te versmaden. Een kaneelbroodje is gemaakt van fijn witbrood waarin je roomboter en zoete kaneelstroop proeft. Heerlijk bij de fika, het traditionele Zweedse koffiemomentje.

Kanelbullar bakken
Zimtschnecken sind wahrscheinlich Schwedens beliebtestes Gebäck. Sie sind süß und passen perfekt zu einer Tasse Kaffee für eine traditionelle "Fika". Photo: Tina Stafrén

Zelf kanelbulle bakken

Maak ze lekker zelf. Wat heb je daarvoor nodig:

  • Ruim 500 gram bloem van goede kwaliteit, liefst bio (kan ook speltbloem zijn)
  • 100 gram suiker
  • ½ theelepel zout
  • ½ theelepel kardemom
  • 60 gram gesmolten (room)boter
  • 1 zakje droge gist (of 1 pakje verse gist)
  • 3 dl. lauwe melk.

Voor de vulling heb je nodig :

  • 50 gram gesmolten roomboter
  • Suiker en kaneel

Afwerken met : 1 geklopt eitje, witte greinsuiker

Doe de bloem in een grote mengkom en meng er de kardemom doorheen. Maak in het midden een kuiltje. Strooi aan de buitenkant van de bloem het zout. 

In het kuiltje doe je de gist en de suiker en dan giet je er de gesmolten boter bij. Roer met een vork in het kuiltje de boter erdoor heen. Voeg dan steeds een scheutje melk toe, dat je vervolgens met de vork weer goed doorroert. Op een gegeven moment krijg je een flinke klodder deeg en daarom heen nog wat bloem; roeren gaat niet meer zo gemakkelijk. Dan doe je de vork weg, en ga je het geheel met de hand goed doorkneden.

Als je een mooie bol deeg hebt, kneed je nog zeker 6 minuten.

Zet de kom een half uurtje met een vochtige theedoek eroverheen op een tochtvrije plek om te rijzen. Laat in de tussentijd de roomboter smelten en zet het alvast klaar met een kwastje erbij. Haal een bakrooster uit de oven en leg er een vel bakpapier op.

Als het deeg gerezen is, verdeel het dan in 2 stukken. Bestuif het aanrecht of de keukentafel met bloem en rol een stuk uit tot een rechthoekige plak van ongeveer 1 cm dik. Bestrijk de plak met het mengsel van gesmolten boter en strooi er rijkelijk en gelijkmatig suiker en kaneel over. Rol de plak op tot een dikke worst. Snij vervolgens gelijke plakken van ongeveer 1,5 cm van de rol, en leg de plakjes op het bakpapier. 

Leg een theedoek over de bakplaat en laat de kanelbullar rijzen, ongeveer ½ uur. Doe hetzelfde met de tweede plak deeg.

Verwarm de oven voor op 250 graden. Als de rolletjes deeg gerezen zijn, bestrijk ze dan met het geklopte ei en strooi er de greinsuiker over. Schuif de roosters in de oven en bak de broodjes zo’n 8 minuten op 225 graden. Ze moeten lichtbruin zijn. Laat ze even afkoelen en dan... smullen maar. 


Related articles